(published in NRC: 14/3/2009) – in Dutch
Geachte minister-president Balkenende,
De kredietcrisis leidt tot een noodzaak aan nieuwe investeringen, die een in het slop rakende economie van de ondergang moeten redden – daar bestaat momenteel veel consensus over. Echter, over waarin wij als samenleving moeten investeren is veel debat.
Als vertegenwoordigers van de jongere generatie – een generatie die nog volop dromen heeft over alles wat het leven te bieden heeft; een generatie die zelf net kinderen heeft of daar nog over nadenkt – willen wij aandringen op het maken van duurzame keuzes: keuzes die bijdragen aan een radicale vergroening van de Nederlandse economie en een optimistisch toekomstperspectief rechtvaardigen.
Wij zijn, wordt wel gezegd, de eerste generatie die het niet beter maar slechter krijgt dan onze ouders. De problemen die onze toekomst overschaduwen zijn van een enorme omvang, en de meest pregnante van al deze problemen is klimaatverandering, met potentieel desastreuze gevolgen voor biodiversiteit, voedsel- en waterzekerheid en daarmee de mondiale stabiliteit. De ernst van de kredietcrisis die nu alle gemoederen beheerst, is, hoe omvangrijk en bedreigend ook, slechts relatief vergeleken bij de vele verwoestende gevolgen van klimaatverandering.
Desondanks praten we al maanden met veel meer ernst en zorg over de crisis van ons geld, dan over de crisis van ons klimaat, en daarmee in zekere zin de crisis van ons bestaan.
Het is al vaak gezegd, maar het kan niet vaak genoeg herhaald worden: deze crisis biedt ook een kans. Het dogma van de ‘groei van de groei’ is plotseling doorbroken en mogelijk ontdekken we daarin een nieuwe, andere levenskwaliteit. We ondervinden de lol van de kringloopwinkel en worden ons bewust van de schoonheid in eigen land, in plaats van in het vliegtuig te stappen voor een exotische vakantie naar Thailand. Er wordt minder gebouwd, geproduceerd en geconsumeerd, en dus ook minder CO2 uitgestoten, minder afval geproduceerd, minder aanspraak op onze natuurlijke hulpbronnen gemaakt en minder van onze schaarse landschappelijke ruimte opgeofferd voor exploitatie. Zonder het lijden en de ellende van deze crisis te willen bagatelliseren, zoals voor de vele mensen die momenteel hun banen verliezen, moeten we dus óók erkennen dat deze crisis positieve effecten heeft.
En deze effecten zijn geheel in lijn met de voornemens van uw eigen kabinet, dat duurzame ontwikkeling tot één van haar pijlers heeft gemaakt, en heeft aangekondigd concrete stappen te willen zetten naar een duurzame samenleving.
De vraag die zich nu opdringt is: Hoe kunnen we de kansen die deze crisis biedt benutten en tegelijkertijd effectief onze economische problemen oplossen en de groeiende werkeloosheid terugdringen? De menselijke neiging bestaat om nu in een maar al te vertrouwde reflex de oude economische structuren, met al hun maatschappelijke kosten en vervuiling, weer uit de kast te halen en nieuw leven in te blazen. Maar dan benutten we de geboden kansen niet, maken we de bovengeschetste positieve neveneffecten ongedaan en leren we niet van de fouten uit het verleden. Immers: biedt deze crisis niet de uitgelezen kans voor een groene revolutie, een economische herstructurering in duurzame richting, waarvan we toch weten dat deze onvermijdelijk is? En hoe verantwoord is het om de ‘consumptiemachine’ te willen stimuleren, terwijl we weten dat juist dat desastreus is voor ons klimaat?
En is het niet juist de dominantie van het korte-termijn perspectief en een uitermate beperkte visie op financieel gewin geweest, zonder inachtneming van en verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke kosten en risico’s, die ons zo diep in de problemen heeft gebracht?
Het is een bekende wijsheid dat de oplossing voor een probleem nooit te vinden is in het probleemdomein zelf. In de vaak geciteerde woorden van Einstein: “We can’t solve problems by using the same way of thinking as we used when we created them”.
Wat nodig is, is dus iets nieuws en veelbelovends, iets dat in veel opzichten een breuk met het verleden betekent. In onze ogen is dat een groene economie, waarin maatschappelijk verantwoord ondernemen de norm is. Veel duurzame bedrijven hebben in deze moeilijke tijden bewezen steviger met beide benen in de reële economie te staan dan hun niet-duurzame collega’s. Dat banken als ASN en Triodosbank, die gecommiteerd zijn aan het stimuleren van duurzame ontwikkeling, deze crisis niet alleen goed doorstaan, maar er zelfs profijt van ondervinden, spreekt boekdelen. En terwijl de auto-industrie wereldwijd instort, is de zonne-energieindustrie, met name in Duitsland, aan een opmars bezig. De tijd is dan ook rijp om grootschalig te gaan investeren in die nieuwe, groene economie, die overal om ons heen, vol levenslust en creativiteit, aan het ontluiken is.
Mogelijkheden voor groene investeringen zijn er te over. Het World Watch Institute heeft becijferd dat groene banen een sleutelfactor zullen zijn in de economische ontwikkeling van de 21e eeuw. De wereldeconomie klimaatbestendig maken vergt grootschalige investeringen in nieuwe technologieën, uitrusting, gebouwen en infrastructuur, die een belangrijke stimulans zullen zijn voor de benodigde nieuwe arbeid, evenals voor behoud en transformatie van bestaande banen. Daarnaast is voor een economische opleving veel energie nodig: energie die groen moet zijn, willen we de volgende oliecrisis niet in de hand werken en de klimaatcrisis verder laten escaleren.
Daarnaast is de samenleving het ook moreel verplicht aan de toekomstige en jongere generaties. De recente ingrepen in het financiële systeem zijn ten laste van de staatsschuld gekomen, en daarmee voornamelijk ten laste van ons. Deze toch al aanzienlijke last mag niet nóg verder verzwaard worden door de investeringsimpuls voor de economie te laten domineren door een economische korte-termijn agenda. Investeren in meer asfalt, beton en steen zal misschien tot snelle economische resultaten leiden, maar afbreuk doen aan onze toekomst, en die van onze kinderen.
U heeft dan ook een enorme maatschappelijke verantwoordelijkheid om nu te kiezen voor herstructurering van de economie in duurzame richting: om te investeren in energiebesparing, duurzame energie en schone technologie, natuur- en landschapskwaliteit, een levendige kenniseconomie en een goede kwaliteit van onderwijs.
Als we deze keuzes nu niet maken, stelen we de toekomst van onze kinderen.
Deze brief is getekend door jonge mensen die allemaal op hun eigen manier een bijdrage proberen te leveren aan een leefbare wereld voor henzelf én voor hen die na ons komen.
Initiatiefneemster:
Annick de Witt (Instituut voor Milieuvraagstukken, Vrije Universiteit / Stichting wAarde)
Mede-ondertekend door:
Harry van der Molen (CDJA, CDA-jongeren);
Ijmert Muilwijk (PerspectieF, ChristenUniejongeren);
Rob Jetten de Goeij (Jonge Democraten);
Kido Koenig (Nationale Jeugdraad);
Tofik Dibi (GroenLinks);
Job van den Assem (Jongeren Milieu Actief);
Don Gerritsen (VN jongeren ambassadeur voor duurzame ontwikkeling);
Christopher Baan (Morgen, hét studentennetwerk voor een duurzame toekomst);
Jaap van Netten (Woeste Land, de jongeren van het IVN);
Imke Gilsing (IUCN NL);
Egbert-Jaap Mooiweer (Vereniging Nederlands Cultuurlandschap);
Sander van Cranenburgh (Builddesk);
Timothee Manschot (INSID);
Thomas Vaasen (Realize!);
Aart van Veller (Wij Zijn Koel);
Mirjam de Groot (Radboud Universiteit);
Tobias Stöcker (duurzaamheidsadviseur);
Maria Hage (milieubeleidsadviseur);
Bram van der Hulst (Kees Boekeschool);
Karin Jacobs (Radical Dreamers);
Jinke van Dam (Copernicus Instituut, UU);
Vivian Siebering (ViSie Training en Advies);
Michiel de Krom (Wageningen Universiteit);
Nienke Kwikkel (Amsterdams NME Centrum);
Martin van Harten (advocaat);
Stefan Bakker (klimaatbeleidsonderzoeker);
Jaap Rohof (Stichting wAarde).
NB: Vanzelfsprekend zijn wij bereid met u mee te denken over hoe deze herstructurering richting een (meer) duurzame economie gestalte kan krijgen!
